HomeNieuwsVoorstel ambtsgebed

Voorstel ambtsgebed

Publicatiedatum: 28 jan. 2019

 

In de raadsvergadering van 24 januari 2019 hebben we, samen met de fracties van de ChristenUnie en de VVD een voorstel ingediend om de passage in het Regelement van Orde over het ambtsgebed iets aan te passen, zodat het wettelijk mogelijk blijft om dit op te nemen in het RvO. Hieronder de bijdrage van fractievoorzitter Cees Verloop:

Voorzitter, naar aanleiding van recente vragen van de fractie van de PvdA/GL, hebben wij nog eens goed gekeken naar de regels omtrent het ambtsgebed. Dat heeft onze fractie, te samen met de fracties van de Christenunie en de VVD, er toe gebracht het initiatiefvoorstel wat nu ter behandeling is, in te brengen. Het gaat ons aan het hart deze stap te moeten maken. Het ambtsgebed als onderdeel van de raadsvergadering is een groot goed en daar hebben wij ook altijd voor geijverd. Echter, onze partij is beginselgetrouw en daarbij hoort ook dat we ons moeten houden aan de regels. Daarom doen wij dan ook dit voorstel om het ambtsgebed vanaf heden direct voorafgaand aan de vergadering uit te spreken. Tevens de wijziging om de verplichting voor de voorzitter ongedaan te maken. Dat betekent dat wij middels dit initiatief voorstel voorstellen artikel 18 van het regelement van orde van de gemeente Tholen, aan te passen. Het tekstvoorstel luidt als volgt:

Direct voorafgaand aan de opening van de vergadering spreekt de voorzitter of een lid van de gemeenteraad, het ambtsgebed uit.

Wij spreken de hoop uit dat alle fracties dit voorstel willen steunen. Het is niet alleen een goed gebruik, en behorend tot het DNA van Tholen, maar vooral dat wij als gemeenteraad ons werk te allen tijde onder biddend opzien tot de Heere mogen uitvoeren. Hij geeft ons allen namelijk de kracht om dit belangrijke werk te mogen doen.

In de 2de termijn hebben we aangegeven dat indien partijen daar behoefte aan hebben er tussen het uitspreken van het ambtsgebed en de formele opening van de vergadering een kort moment komt, waarin raadsleden die het gebed niet willen bijwonen, hun plaats kunnen innemen.