26 oktober 2026

Motie over aanpak thuisonderwijs met meerderheid aangenomen

SGP Tholen maakt zich zorgen over aanpak thuisonderwijs: motie met meerderheid aangenomen

De SGP-fractie heeft vragen gesteld over de aangekondigde stevige lijn van het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) over vrijstellingen leerplicht. Samen met de ChristenUnie dienden we een motie in om aandacht te vragen voor de betrokken gezinnen en de menselijke maat. De motie is met meerderheid aangenomen.

Waar gaat het eigenlijk over?

Naar aanleiding van een eerder ter kennisname voorgestelde brief van het Regionaal Bureau Leerplicht Oosterschelderegio (RBL) hebben wij als SGP-fractie recent vragen gesteld aan de portefeuillehouder. We maken ons zorgen over de stevige lijn die het RBL inzet richting ouders van kinderen die thuisonderwijs ontvangen.

In onze gemeente gaat het om een aantal gezinnen die vanuit hun godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging bewust voor thuisonderwijs hebben gekozen. Deze ouders nemen hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding en vorming van hun kinderen serieus. Toch zijn zij recent geconfronteerd met onzekerheid over de mogelijkheid om het thuisonderwijs voort te zetten. De huidige aanpak die het RBL ingezet heeft kan er bovendien toe leiden dat ouders te maken krijgen met strafrechtelijke handhaving.

Wij vinden dat een ontwikkeling die om zorgvuldigheid vraagt. Achter dit dossier staan gezinnen die hun kinderen overeenkomstig hun overtuiging willen opvoeden. Dat verdient een serieuze en evenwichtige benadering.

Wat is de aanleiding van het gewijzigde beleid van het RBL?

De aanleiding voor de ontstane situatie is een aangescherpte juridische uitleg van artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet. Dit artikel biedt onder voorwaarden een mogelijkheid tot vrijstelling van de leerplicht vanwege overwegende bedenkingen tegen de richting van alle scholen binnen de wettelijke reikwijdte.

De wet zelf is niet gewijzigd, maar door een recente uitspraak van de Hoge Raad is de ruimte om van deze vrijstellingsgrond gebruik te maken aanzienlijk beperkt. Het RBL heeft aangekondigd de landelijke handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Ingrado te volgen. Dit betreft een advies.

Uit de beantwoording van onze technische vragen bleek dat alle betrokken Thoolse gezinnen bezwaar hebben gemaakt tegen de berichtgeving van het RBL. Volgens het RBL zijn deze bezwaren niet-ontvankelijk, omdat de brief als een informatieve mededeling en niet als een formeel besluit wordt beschouwd. HIermee ontstaat een rechtsongelijkheid en vervalt een mogelijkheid voor verder bezwaar.

Wij begrijpen dat gemeenten en leerplichtorganisaties de wet moeten uitvoeren. Tegelijkertijd vinden wij dat de gevolgen voor deze gezinnen niet uit het oog mogen worden verloren. Een zorgvuldige overheid kijkt niet alleen naar de regels, maar ook naar de mensen op wie die regels van toepassing zijn.

Artikel 23 van de Grondwet: een vrijheid om te beschermen

Voor ons raakt deze kwestie aan een belangrijk beginsel: ouders dragen de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Vanuit onze christelijke overtuiging zien wij die verantwoordelijkheid als een opdracht die ouders van God hebben ontvangen.

Artikel 23 van de Grondwet beschermt de vrijheid van onderwijs. Deze vrijheid is van grote betekenis voor ouders die hun kinderen onderwijs willen laten volgen dat aansluit bij hun godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging.

Die vrijheid mag niet ongemerkt steeds verder worden ingeperkt. Natuurlijk moet er aandacht zijn voor de kwaliteit van onderwijs en de ontwikkeling van kinderen. Maar dat vraagt om een zorgvuldige afweging, niet om algemene aannames over gezinnen die voor thuisonderwijs kiezen.

Als SGP willen wij dat ouders binnen de geldende wettelijke kaders ruimte houden om hun verantwoordelijkheid naar geweten in te vullen. De overheid heeft een belangrijke taak, maar die taak ontslaat haar niet van de plicht om zorgvuldig en met oog voor bijzondere omstandigheden te handelen.

Wat weten we over de kwaliteit van thuisonderwijs?

In het debat over thuisonderwijs wordt regelmatig de vraag gesteld of kinderen thuis voldoende en kwalitatief goed onderwijs ontvangen. Die vraag verdient een serieus antwoord op basis van onderzoek.

Een recent vragenlijstonderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) uit 2026 omvat 556 respondenten, onder wie 183 kinderen die thuisonderwijs ontvangen. Het onderzoek brengt onder meer de ervaringen van kinderen, socialisatie, zelfvertrouwen en doorstroming naar vervolgopleidingen in beeld.

Daarnaast concludeerden onderzoeken van het SCO-Kohnstamm Instituut uit 2008 en 2010, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat de onderzochte kinderen met een vrijstelling op grond van artikel 5b onderwijs ontvingen van vergelijkbare kwaliteit als schoolgaande kinderen.

Deze onderzoeken bewijzen niet dat iedere individuele thuissituatie zonder meer aan alle verwachtingen voldoet. Wel geven zij aanleiding om thuisonderwijs niet bij voorbaat als kwalitatief onvoldoende te beschouwen. Goede waarborgen voor de ontwikkeling van kinderen zijn belangrijk, maar moeten samengaan met respect voor de verantwoordelijkheid van ouders.

Bronnen:

De landelijke discussie is nog volop gaande

Ook in Den Haag wordt gesproken over de toekomst van thuisonderwijs. De uitspraak van de Hoge Raad heeft de mogelijkheden voor een beroep op artikel 5b beperkt. Tegelijkertijd wordt nagedacht over de vraag hoe thuisonderwijs in de toekomst wettelijk moet worden geregeld.

Daarbij komen verschillende mogelijkheden aan de orde, waaronder het stellen van voorwaarden en het invoeren van toezicht, maar ook verdere beperking of afschaffing van de vrijstellingsgrond.

Wij vinden dat de gevolgen van zulke ingrijpende keuzes zorgvuldig moeten worden afgewogen. Juist zolang de landelijke discussie nog loopt, is het belangrijk dat gemeenten niet onnodig vooruitlopen op de toekomstige koers en oog houden voor de onzekerheid waarin gezinnen terechtkomen.

Een landelijke handreiking is geen wetswijziging. De uitvoering ervan vraagt om een zorgvuldige beoordeling binnen de bestaande wettelijke en bestuurlijke kaders.

Onze inzet: verantwoordelijkheid nemen en de menselijke maat bewaken

Om die reden hebben wij samen met de ChristenUnie een motie ingediend. Daarin vragen we het college om in het bestuur van het RBL aandacht te vragen voor een zorgvuldige toepassing van de landelijke handreiking, voor een inhoudelijke behandeling van bezwaren waar dat juridisch mogelijk is en voor het benutten van bestaande mogelijkheden om onredelijke of onbillijke gevolgen te voorkomen.

Ook hebben we aandacht gevraagd voor de hardheidsclausule in artikel 24 van de gemeenschappelijke regeling. Deze bepaling biedt aanleiding om te bezien of en hoe in bijzondere omstandigheden onredelijke gevolgen kunnen worden voorkomen. De precieze toepasselijkheid moet uiteraard juridisch zorgvuldig worden beoordeeld.

De motie is met meerderheid aangenomen. We zijn blij dat de gemeenteraad hiermee het belang van deze kwestie heeft onderkend en dat er aandacht is gevraagd voor de betrokken gezinnen.

Vragen of wilt u hierover met ons in gesprek?

De SGP-fractie van Tholen is bereikbaar via info@sgp-tholen.nl.