10 juli 2026

Bijdrage bij behandeling kadernota 2027

In de gemeenteraadsvergadering van donderdag 9 juli 2027 werden de jaarstukken 2025 en de kadernota 2027 behandeld.

Fractievoorzitter Andries de Meyer gaf ons in zijn bijdrage wijze lessen mee die we kunnen leren uit de Griekse mythe van Odyssee.

Bijdrage bij de kadernota 2027

Voorzitter, leden van de raad, leden van het college en inwoners van onze gemeente,

Ik wil u in mijn beschouwing kort meenemen in de Odyssee: een van de mythen van de Griekse dichter en zanger Homerus. Dit epos verhaalt ons de lotgevallen en zwerftochten van Odysseus, koning van Ithaca en bedenker van het Paard van Troje.

Als Odysseus na jaren van omzwervingen eindelijk de weg naar huis heeft gevonden, lijkt de zwaarste strijd achter hem te liggen. Met een stevig schip en een ervaren bemanning zeilt hij voor de wind terug naar Ithaca. Alle omstandigheden zijn optimaal. Maar juist dán doemt één van de grootste gevaren op: het verleidelijke gezang van de Sirenen.

Wijze lessen uit de mythe van Odyssee

Odysseus weet dat hij vatbaar is voor die verleiding. Hij wil het gezang zelfs horen. Maar, gewaarschuwd door Kirke, een machtige godin en tovenares, neemt hij maatregelen. Hij laat zijn mannen bijenwas in de oren doen en zichzelf vastbinden aan de mast, met de uitdrukkelijke opdracht hem níet los te maken. Zijn kracht zit dus niet in het negeren van de verleiding, maar in het vooraf vastleggen van grenzen: dit is onze koers, en daar wijken we niet vanaf, hoe aantrekkelijk de alternatieven ook lijken. Odysseus was succesvol omdat hij zijn zwakte én de verleiding onderkende, en daar van tevoren zijn handelen op inrichtte.

Wijze lessen uit de Spreuken van Salomo

Dat principe van zelfbeheersing en het vooraf begrenzen van onze neigingen, klinkt ook door in een heel ander, maar minstens zo bekend beeld: dat van de Spreuken van Salomo, hoofdstuk 16 vers 32. In de Statenvertaling lezen we: “De lankmoedige is beter dan de sterke, en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt." Uiteraard heeft deze tekst allereerst een geestelijke strekking. Namelijk dat wie in moeilijke situaties oprecht lankmoedig (= geduldig, verdraagzaam, barmhartig, tolerant) kan blijven, de vruchten van de Heilige Geest in de praktijk brengt.

De Kanttekenaren en andere Bijbelverklaarders echter, leggen deze tekst ook heel praktisch uit. Ze geven aan dat die werkelijk sterk is, niet degene is die naar buiten toe de grootste daden verricht, maar degene die vanbinnen zijn drijfveren, verlangens en opwellingen tot bedaren weet te brengen en in goede banen weet te leiden. En we weten allemaal hoe moeilijk dat is: we zijn immers geen goden, maar mensen. Geen Schepper, maar schepselen.

 Wat betekent dit voor onze gemeente?

Onze gemeente bevindt zich nu in een fase die opvallend veel op de situatie van Odysseus lijkt en die vraagt om 'beheersing van onze geest'. We staan er financieel goed voor en de vooruitzichten zijn gunstig. Het politieke 'gezang' om nu volop te investeren, klinkt verleidelijker dan ooit. In de achterliggende jaren hebben we onze sterke financiële positie benut om zorgvuldig en verantwoord te investeren in de samenleving. Onder andere is daar onze inzet op het beleidsprogramma Leefbare Kernen uit voort gekomen. Maar laten we die zorgvuldigheid wel op het netvlies houden. Niet omdat we tegen ontwikkeling zijn of gebrek hebben aan ambities. Maar omdat we koersvast en tussen de bakens willen blijven.

We hebben nog volop staand beleid dat in uitvoering is en nieuwe beleidsvoornemens waaraan in deze Kadernota al middelen worden verbonden. Die vragen eerst om zorgvuldige uitvoering. Dat is een houding die past bij een raad die de verleidingen van het ogenblik niet de koers van morgen wil laten bepalen. Niet alles wat we wíllen, hoeft nu. Niet alles wat nu kán, moet ook. En dat, voorzitter, is de centrale boodschap die de SGP vandaag mee wil meegeven aan alle fracties.

En daarmee, voorzitter, wil ik overstappen naar de inhoud van de Kadernota 2027, zoals die nu voor ons ligt. Ik haal er een paar punten uit.

1. De Thoolse Norm

Een zwaarwegend thema voor de SGP is de woningbouw. De Kadernota 2027 bevestigt de ambitie om de druk op de woningmarkt te verminderen. In de Woondeal is de ambitie neergelegd om in de periode tot 2032 te komen tot de realisatie van 1650 woningen. Het is goed om te zien dat er inmiddels al veel zogenaamde 'harde plancapaciteit' beschikbaar is om deze doelstelling te halen. Tegelijkertijd ervaren jongeren en inwoners met een lager inkomen dat het vinden van een betaalbare woning niet of nauwelijks meer tot de mogelijkheden behoort. En dat baart de SGP grote zorgen. Daarom dienen wij samen met de fracties van de CU en Forum voor Democratie de motie 'Thoolse Norm' in. Hierin vragen wij het college te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om Thoolse woningen te realiseren die 20% onder de landelijke betaalbaarheidsgrens liggen en te onderzoeken voor hoeveel procent van de te realiseren capaciteit die norm zou kunnen gelden.

2. Identiteitsgebonden benadering in het voorliggend veld.

Een volgend belangrijk onderwerp is de identiteitsgebonden benadering in het voorliggend veld. In het onder de Kadernota liggende beleidsprogramma 2026-2030 wordt gesteld dat gezinnen het fundament vormen van de samenleving en dat zij ondersteuning verdienen met 'gevoel voor identiteit'. De SGP-fractie is blij dat het college in de beantwoording van onze vragen over identiteitsrijke en -gebonden ondersteuning heeft toegezegd deze identiteitsgerichte benadering in het voorliggende veld te borgen.

3. Hulpaanbod uitbreiden bij relatieproblemen

Een zeer aangelegen thema voor de hele raad, en vanzelfsprekend ook voor de SGP, is de Jeugdzorg, en dan met name de kosten die daarmee gepaard gaan. In de Programmabegroting van 2026 was al rekening gehouden met €10,2 miljoen. In de Kadernota 2027 is een extra budget gevoteerd van ruim €1.5 miljoen. Wat de totale geprognosticeerde lasten voor de uitvoering van de Jeugdwet brengt op €11.7 miljoen vanaf 2027. Waar dat naartoe gaat, voorzitter, weet niemand, maar als het zo doorgaat eindigt de rest van de begroting nog als bijlage. Er gaan al geruchten dat de betrokken wethouders niet meer lang of diep slapen, maar vooral structureel te kort. Het leeuwendeel van de gevoteerde middelen zal curatief worden ingezet. En dat is ook goed, maar daar hangt wel een enorme prijskaart aan. Curatieve zorg moet wat de SGP betreft daarom altijd gepaard gaan met preventieve zorg. Die verplichting hebben wij naar de samenleving. Omdat problemen daarmee voorkomen of kleiner gehouden kunnen worden.

Daarom heeft de SGP met de Kadernota 2026 samen met de CU de motie 'Hulpaanbod uitbreiden bij relatieproblemen en bij impact op kinderen bij echtscheidingen' ingediend. In deze motie vroegen we het college om te onderzoeken of het hulpaanbod voor ouders, kinderen en gezinnen die te maken hebben met relatieproblemen en vechtscheidingen uitgebreid kan worden.

4. Data-gestuurd werken

Wat betreft het volgende thema is de fractie van de SGP verheugd dat deze in de Kadernota de focus krijgt die het verdient: data-gestuurd werken. De geformuleerde ambitie is om de datavolwassenheid van de organisatie te verhogen van ad-hoc en reactief gebruik van data naar sturend, datagedreven werken, en daartoe wordt een klein datateam opgezet. Hiervoor wordt structureel €160K vrijgemaakt. Een investering die de SGP van harte toejuicht. We willen wel de kanttekeningen plaatsen dat de transitie naar data-gedreven werken tijd nodig heeft en waarschijnlijk meer investering vraagt dan de voorgestelde €160K structureel.

Daarnaast vraagt de SGP zich af of in dit scenario de mens nog wel de regie kan blijven voeren. Volledig datagedreven werken brengt immers risico's met zich mee, zoals het verlies van de menselijke maat en onbedoelde discriminatie in algoritmes. En de Toeslagenaffaire, overigens nog steeds niet afgerond, zit ons nog vers in het geheugen.

Tegelijkertijd moeten we ook van de nood een deugd maken. Het voorstel geeft de organisatie een uitgelezen kans om door middel van datagedreven werken meer inzicht in (en als het mogelijk is ook meer grip) te krijgen op de kosten in de Jeugdzorg. Wat de SGP betreft hoort daar de focus nu ook te liggen.

5. Participatie

Als laatste, voorzitter, onderstreept de SGP het grote belang van een goede inburgering en deelname van nieuwkomers aan de Thoolse samenleving. Het college zal het met ons eens zijn dat succesvolle inburgering méér vraagt dan het afvinken van een verplichting. Zonder beheersing van de Nederlandse taal en zonder een goede kennismaking met de Nederlandse en onze Thoolse cultuur zal deelname beperkt blijven. Met de inhuur van een extra consulent (1 FTE) tot en met 2029 versterken we onze uitvoeringskracht. De SGP spreekt nadrukkelijk de hoop uit dat deze extra inzet niet alleen de wettelijke taakstelling zal borgen, maar juist ook bij zal dragen aan een betere participatie van nieuwkomers in onze samenleving.

Manifest ‘Respectvol taalgebruik’

En voordat ik afsluit, voorzitter, wil ik nog even terugkomen op het Manifest 'Respectvol taalgebruik. Woorden doen ertoe' van de Bond tegen het Vloeken. Voorafgaand aan de commissievergadering Bestuurszaken 2 juli jl. is het Manifest door de drie coalitiepartijen ondertekend en in de vergadering aan de voorzitter overhandigd. Dit Manifest onderstreept het belang van correct taalgebruik in de politiek.

Ik wil u daarbij wijzen op de oproep van de Apostel Paulus in zijn zendbrief aan de christelijke gemeente in Kolosse: 'Uw woord zij allen tijd in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten hoe gij een iegelijk moet antwoorden' (Kol. 4:6). Een oproep, voorzitter, die bijna 2000 jaar na dato nog zo actueel en nog zo nodig is. Zo wil de SGP ook politiek bedrijven. In de raadzaal, maar zeker ook erbuiten.

Schreeuwerige en sensationele middelen, waarnaar sommige partijen grijpen, zijn niet de onze. Hoe diep ook verwant aan bezwaren, al dan niet principieel van aard, wij kúnnen niet elk middel aanvaarden dat daaraan uitdrukking geeft. Waardig, beheerst, overtuigd en overtuigend moet het debat in de raadszaal en het gesprek erbuiten worden gevoerd. En dat vraagt onverkort om een opbouwende woordkeus, het onderscheiden van personen en zaken en de erkenning van wettelijke kaders en verantwoordelijkheden.

We kunnen gelukkig constateren dat we in onze Thoolse raad op dit punt niet zoveel te klagen hebben, en daarmee complimenteer ik mijn collega's. Echter, buiten de raadszaal wordt op sociale media, soms harder en scherper uitgehaald dan wenselijk is. Ik wil de raad oproepen om ook daar dezelfde toon van respect en collegialiteit vast te houden die we hier met elkaar ook weten te vinden.

En daarmee, voorzitter, geef ik het woord weer terug aan u.

Ik dank u allen.